Rosé, de fraai gekleurde kwaliteitswijn

Rosé, het is de zomerse dorstlesser van velen. Gewild vanwege het frisse en verse zomerfruit en geliefd om die prachtige roze kleur. De wijn is razend populair, al was-ie even uit de gratie. Het werd gezien als het minderwaardige broertje van rode en witte wijn. Gelukkig is die gedachte achterhaald en weten we dat rosé een echte kwaliteitswijn is. Maar hoe komt-ie aan die fraaie kleur? We verklappen het je graag!

Laten we als eerst een misverstand uit de wereld helpen: rosé wordt NIET gemaakt door rode wijn en witte wijn te mengen. Sterker nog, in Europa is het zelfs verboden om die twee wijnen samen te voegen in een fles en de opbrengst te verkopen als rosé. Dat mag enkel bij mousserende wijnen als Champagne rosé of Prosecco rosato. In alle andere gevallen is het mengen van rood en wit als vloeken in de kerk. En ja, ook thuis als niemand kijkt.

vinificatie rose wijn

De schil geeft de kleur

Rosé wordt gemaakt van blauwe druiven. Het vruchtvlees van de blauwe druif is vrijwel kleurloos, de truc zit ‘m in de schil. Als de druiven worden gekneusd of geplet bij de start van het vinificatieproces, komt het kleurloze sap vrij. De gekneusde druiven, de schillen dus eigenlijk, brengen samen met het sap enige tijd door in een kuip. Hoe langer sap en schil in contact zijn met elkaar, hoe roder de wijn wordt. Voor rosé wijn blijven sap en schil tussen 8 en 48 uur bij elkaar. Hoe korter die tijd, hoe lichter de rosé.

Lichtroze tot zalm

Rosé d’Anjou is zo’n rosé waarvan het sap slecht kort in contact is geweest met de schil. De rijpe druiven die voor deze wijn worden gebruikt gaan na de oogst direct naar de wijnpers. Bij een zachte en langzame persing geeft de schil een mooie zalmroze kleur af. Dit directe persen wordt ook wel Pressurage Direct genoemd. Deze methode wordt veel toegepast in mediterrane wijngebieden, waarvan de Franse Provence het bekendst is.

Photo by Roan Lavery on Unsplash

Dieproze tot lichtrood

Voor een rosé die wordt gemaakt in een koeler klimaat, of in een jaar waarin de temperatuur achterbleef, grijpt de wijnmaker naar die andere methode: Saignée. De blauwe druiven worden dan na de oogst eerst gekneusd in de kelder, waarna het sap en de schillen tot anderhalve dag samen in een gistkuip doorbrengen. Daarna vangt de wijnmaker een deel van het dan roze tot lichtrood gekleurde sap op, dat zonder pitjes en schillen wordt vergist tot rosé.

Saignée geeft zo over het algemeen een wat diepere kleur aan de rosé. Bijkomend voordeel van deze methode is dat de wijnmaker van het sap dat is achtergebleven in de kuip, en daar nog enige tijd doorbrengt op de eigen schillen, een geconcentreerde rode wijn kan maken. Twee vliegen in één klap!

Samen in de kuip

Staat er Schillerwein of Rotling op het etiket, dan is de rosé gemaakt van blauwe én witte druiven. Let op: van beide druiven en dus niet door rode en witte wijn te mengen. Blauw en wit gaan in Duitsland samen in de gistkuip, waarna ze ook samen worden geperst. Ook dit levert een wijn met een fraaie roze kleur op. Al mogen we het dan nog niet een wijn noemen.

wijn maken

Van sap naar smaakvolle rosé

Want met een mooie kleur alleen zijn we er nog niet. Het sap moet namelijk worden vergist en dat gebeurt in roestvrijstalen tanks bij een gecontroleerde temperatuur van zo’n 15 tot 16 graden. Pas als de suikers in de druif zijn omgezet in alcohol, kunnen we echt spreken van een wijn. Een prachtig frisse en fruitige rosé, om precies te zijn, die het best op smaak blijft als de fles ook bij die temperatuur wordt bewaard. Maar niet te lang, rosé is gemaakt om jong te drinken en dat kan al vanaf een maand of 5 na de oogst. Goed gekoeld, op balkon, terras of in de tuin. Tapas of antipasti op tafel, vis, kip of een salade met geitenkaas en genieten maar!