Biologische wijngaard

Consumenten worden zich steeds meer bewust van wat ze eten en drinken, en ook wat hieraan is toegevoegd. Hierdoor ontstaat er ook steeds meer vraag naar biologische wijnen. Maar wat is biologische wijn eigenlijk? En is biologische wijn nou echt zoveel beter? Wij zochten het voor je uit!

Biologisch betekent in feite dat een product op een zo natuurlijk mogelijke manier wordt gemaakt. Met zo min mogelijk kunstmatige ingrepen dus. In het geval van biologische wijnbouw worden er daarom geen kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt in de wijngaard. In plaats daarvan kiest men vaak voor natuurlijke bemesting zoals compost en mineralen (magnesium) om de bodem te laten opleven. Chemische bestrijdingsmiddelen hebben vaak een negatief effect op het bodemleven. In geval van bestrijding van insecten dood het middel vaak niet alleen het insect waarvoor het bedoeld is, maar ook veel andere insecten.

Opvallend aan biologische wijngaarden is lustig groeiende beplanting op de bodem die je bij reguliere wijngaarden weinig tegenkomt. Bloemen en planten brengen voedingstoffen in de bodem en trekken nuttige insecten aan, die ervoor zorgen dat schadelijke insecten beperkt blijven. Teveel begroeiing kan echter weer slecht zijn omdat er dan teveel voedingsstoffen uit de bodem worden gehaald. De begroeiing wordt daarom regelmatig weggehaald of in ieder geval beperkt.

Tractor in biologische wijngaard

Biologisch wijnmaken

Bij het gebruikelijke wijnmaken worden chemische middelen gebruikt voor het stabiliseren van de kleur, de alcoholische gisting of om oxidatie te voorkomen. Wijnboeren die biologisch werken gebruiken hiervoor natuurlijke producten als gisten, bacteriën en enzymen. Er wordt echter wel sulfiet toegevoegd in de wijn, weliswaar in beperkte mate. Sulfiet is gebrande zwavel en wordt gebruikt als conserveermiddel. In de praktijk wordt bij biologische wijn 25 tot 60 procent minder sulfiet gebruikt, maar wijnen zonder sulfiet bestaan niet. Bij de alcoholische vergisting wordt namelijk van nature ook wat sulfiet aangemaakt.

Er bestaan wel wijnen zonder toegevoegd sulfiet. Als een wijn voldoende zuur, tannine en alcohol heeft, kan deze stabiel blijven zonder toevoeging van sulfiet. Dan moeten de druiven wel helemaal gezond zijn en de hygiëne in de wijnkelder optimaal. Een bewaarwijn kan echter zonder sulfiet haast niet geproduceerd worden.

Nadelen biologische wijnbouw

Aan biologische wijnbouw kleven ook een paar nadelen. In onder andere Frankrijk, Italië en Chili is het bijvoorbeeld toegestaan om een natuurlijk middel als kopersulfaat te gebruiken. Koper is echter een giftig metaal dat lang in de grond blijft zitten en voor veel organismen dodelijk is. Daarnaast moet een wijnboer bij biologische wijnbouw vaker voor behandeling door de wijngaard met zijn tractor. Dit zorgt voor extra uitstoot van CO².

Schimmelziekten

De EU-richtlijnen voor biologische landbouw schrijven voor dat gewassen op hetzelfde perceel regelmatig wisselen om de verspreiding van schimmelziekten tegen te gaan. Een wijngaard kan echter niet verplaatst worden. Een ander probleem is de monocultuur. Grote wijnbouwgebieden bestaan uit zeer veel hectaren aaneengesloten wijnbouwgebied. Ziekten kunnen zich daarin makkelijk verspreiden.

Is biologische wijn betere wijn?

Kennis van wijn is bij een wijnmaker van biologische wijn extra belangrijk. Van perfect gezonde druiven maak je namelijk nog geen goede wijn. Wijn maken is een vak, een kunst eigenlijk. Maar een moderne, goed uitgeruste wijnmaker, kan met wat ingrepen zijn minder geslaagde druivenoogst alsnog omtoveren tot een redelijke wijn. Een wijnboer die alleen natuurlijke middelen tot zijn beschikking heeft, moet daarvoor net iets meer in zijn mars hebben. Dus of de wijn nou echt beter is? De wijnmaker is dat misschien wel. Daarnaast heeft biologische wijn minder impact op het milieu, en dat is natuurlijk nooit verkeerd!